Een Van Onze Meest Genadeloze Testers Is Een Dame

- Gepubliceerd in Automatisering Gids, November 2015 -

Vrouwen in de IT, dat vind ik eigenlijk helemaal geen onderwerp. Misschien heb ik makkelijk praten, werkend voor een internationaal, multicultureel IT-bedrijf van meer dan 180.00 man. En vrouw.

In India – al enige tijd het kloppende hart van de onderneming – kom je net zoveel vrouwen als mannen tegen. Met de CEO van de regio* werkte ik vele jaren geleden al samen toen ze – net als ik – druk bezig was met software engineering, agile ontwikkelen en architectuur. Ook in Scandinavië bestaat een belangrijk deel van het executive management uit vrouwen, bijna allen afkomstig uit de frontlinies van de operationele IT.

Die gifbeker gevuld met ‘vrouwen zorgen voor een zachtere, meer empatische kant in het vakgebied’, mag ik die bij deze gelegenheid trouwens maar even royaal aan me voorbij laten gaan?

Ik ken vrouwelijke programmeurs die niets liever doen dan briljante, complexe code produceren – comfortabel ver verwijderd van eindgebruikers en opdrachtgevers en prettig dichtbij pizzadozen en oversized koptelefoons. Een van onze meest genadeloze testers is een dame die haar vrije tijd voornamelijk verdeelt tussen motorrijden en headbangen op heavy metal-concerten. Onze beste data scientist is een Indiase die elk voorspellend model dat niet op concrete, reproduceerbare feiten is gebaseerd, vriendelijk lachend onder haar hakken verkruimelt.  De meest doelmatige delivery-manager die ik ooit heb meegemaakt is een uit puur graniet opgetrokken Britse – haar specialiteit is een nerveus makende, toonloze blik als iemand zelfs maar de suggestie wekt dat een deadline niet gehaald zou kunnen worden.

Andersom heb ik mannelijke collega’s die vooral graag zaken doen tijdens de High Tea of een uurtje Bikram yoga. Maar daar gaat het nu niet over.

Op internationaal niveau bekeken ziet het er helemaal niet zo slecht uit met vrouwen in de IT. In West-Europese landen – met Nederland dan ook nog eens in de achterhoede lijkt het wel – kan het een stuk beter, zowel in het topmanagement als in alle andere hoeken en gaten van het vakgebied, en of je nou naar de alfa- of naar de bètakant kijkt.

Stimuleringsprogramma’s, voorlichting, bewustwording, doelgerichtere werving: ze zullen allemaal wel een beetje helpen.

De échte wind in de rug zal echter vanuit het vakgebied zelf komen, zonder twijfel. Informatietechnologie is spannender en relevanter dan ooit. Geen innovatie is meer denkbaar zonder. Sensoren, 3D printing en het Internet Of Things laten technologie en de tastbare wereld om ons heen tot één ding versmelten en maken levens beter, redden zelfs levens. Start-ups veranderen complete markten en industrieën. Deep machine learning en cognitieve applicaties maken ons slimmer, bewuster van onze omgeving en slagvaardiger. De gaming- en entertainmentindustrie verkennen de uiterste grenzen van hoe de werkelijkheid en virtuele werelden in elkaar kunnen overgaan. Communicatiesystemen – van glasvezelkabels tot en met heliumballons in de stratosfeer – verbinden mensen over de hele wereld met elkaar, bieden nieuwe kansen.

Als je het zo bekijkt, zijn er weinig meer fascinerende gebieden om een carrière in te overwegen. Het is zaak om ook in Nederland een graantje mee te pikken van de renaissance van informatietechnologie. Op het gebied van gaming kunnen we er al heel wat van. Financiële dienstverleners hebben wilde digitale plannen en experimenteren er op los. Ook binnen de Overheid worden letterlijk garageboxen geopend om sneller te kunnen innoveren.  Voor start-ups ligt de weg naar een Silicon Polder wijd open.

Informatietechnologie is nog nooit zo fascinerend, zo inspirerend geweest. Dat gaat vanzelf een nieuwe generatie van IT-experts aantrekken, alfa’s en bèta’s en alles door elkaar. Daar wil je deel van uitmaken. En als vrouwen niet minstens de helft uitmaken van die volgende golf, zal ik hoofdschuddend mijn smart watch op twee voor twaalf zetten. Siri, leg dat maar eens uit.

Ron Tolido is een Senior VP bij Capgemini’s internationale Insights & Data practice

* Zij voert overigens sinds enkele weken een nieuwe, snelgroeiende internationale ‘service-line’ aan binnen het bedrijf

 

Posted in Dutch | Leave a comment

Het Google Glass Plafond

Kortgeleden kreeg ik de unieke gelegenheid eens wat uitgebreider aan de slag te gaan met Google Glass. Ik was op de jaarlijkse innovatiebeurs van een Duitse autofabrikant. Dat betekent anno 2013 nieuwe, spectaculaire elektrische automodellen en een groot aantal ingebouwde snufjes die op afstand te benaderen zijn. Je gaat een auto zo toch steeds meer zien als een rijdend IP-adres waar je de volle reikwijdte van IT op los kunt laten.

Na me zo een paar uur geamuseerd verdiept te hebben in automotive innovaties belandde ik in een afgelegen hoek van de beurs. Daar waren twee heren bezig met het demonstreren van Google Glass. Ik had het apparaat al eens eerder geprobeerd, maar toentertijd was de bril bijna nog sneller weer van mijn neus gegrist dan dat hij erop terecht was gekomen. Nu was er niemand anders in de buurt en de twee heren leken oprecht blij verrast dat iemand hun kraampje had gevonden.

Ik zette de bril op, declameerde het ondertussen vertrouwde ‘OK Glass’ mantra en kon een tijdje ongestoord de mogelijkheden verkennen. Afgezien van de al van radio en televisie bekende toepassingen (foto’s en filmpjes maken, Google+, Google Now, Gmail, Evernote, CNN) waren er nog geen applicaties beschikbaar die speciaal op het gebruik in of rond de auto waren gericht. Daar waren beide heren eigenlijk zelf ook erg in geïnteresseerd, wat ik als argeloze voorbijganger nu handig zou vinden in de nabije toekomst.

Kon ik nog niet zo snel antwoord op geven. Als automobilist kun je je voorstellen dat er tijdens het rijden allerlei relevante informatie zou kunnen worden weergegeven, daar rechts bovenin je blikveld. Routeinformatie bijvoorbeeld, of waarschuwingen voor naderende verkeersbelemmeringen. Maar evengoed zou het kunnen gaan om spannende updates vanuit je sociale netwerk, binnenkomende e-mails, locatie-afhankelijke aanbiedingen of foto’s die kennissen zojuist hebben gemaakt op hun vakantieadres. Dat werkt waarschijnlijk niet op de sympathiespieren van wet- en regelgevers en de eerste gevallen van bekeurde Google Glass automobilisten zijn ondertussen al bekend.

Aan de andere kant, de beschutte omgeving van een auto is misschien wel een van die weinige, unieke plaatsen waar je Google Glass straks ongestoord en zonder gezichtsverlies kunt dragen.

Het leek mij ter plekke een goed idee – nu ik het ding toch op had – om snel een selfie te maken en dit maar eens met mijn vrienden op Facebook te delen. Je bent een social media apostel of je bent het niet. Toch?

Deze simpele handeling leidde tot een onverwachte, nauwelijks te stoppen stroom van geestig bedoelde reacties. Er kwam ongebreidelde, rauwe creativiteit vrij, zondermeer. Afgezien van een paar dames met een overduidelijk gevoel voor stijl en klasse, was de overgrote meerderheid van mening dat ik er belachelijk uitzag. “Je lijkt zo precies op de oudere broer van Karl Lagerfeld” meende er een. Ik vermoedde gelijk al dat dit niet dit als een compliment was bedoeld. Anderen zagen een treffende gelijkenis met respectievelijk ene Joe 90, Drs. P en een criminele Borg (die Joe 90 heb ik even moeten googlen, het blijkt om een Thunderbirds-achtige marionet uit de jaren ’60 te gaan die regelmatig een pijnlijk grote zwarte, hoornen bril draagt). Bijbelgenootschappen werden erbij gehaald, evenals mijn plotseling blijkbaar ver gevorderde leeftijd.

“Misschien maar niet gebruiken als nieuwe profielfoto” stelde een oom van mij die bekend staat om zijn onderkoelde doch genadeloze adviezen. “Je ziet er gelijk uit als zo’n Glasshole” deelde een wel bij uitstek vriendelijke collega mij mede “je staart als een zombie in het digitale, compleet de werkelijkheid uit het oog verloren”.

Ik voelde een lichte wrijving tussen mij en mijn sociale netwerk, laat ik het zo zeggen.

Wearables zoals Google Glass, maar net zo goed horloges, polsbandjes, sieraden en mogelijk zelfs kledingstukken: er wordt veel van verwacht in de komende jaren. Maar slechts de harde praktijk zal kunnen uitwijzen met welke objecten je straks met goed fatsoen voor de dag kunt komen.

Google Glass lijkt in ieder geval nog wel door een paar plafonds heen te moeten breken.

Not Yet OK, Glass.

 

Posted in Dutch | Leave a comment

De Federatieve App

Een federatieve houding – we zijn er toch een beetje in gespecialiseerd in Nederland. Niemand is hier ooit echt de baas. Iedereen heeft een visie en een mening. We gaan bij voorkeur onze eigen gang. Dat maakt het soms heel moeilijk om iets centraal geregeld te krijgen. Uit eigen ervaring weet ik dat dit op veel andere plekken ter wereld eveneens het geval is (op veel plekken ook niet, overigens), maar in Nederland hebben we het spelletje toch min of meer uitgevonden.

Het is daarom niet zo gek dat er ook in de IT in dit land heel wat wordt gefedereerd. Een wat grotere organisatie bestaat al snel uit een flinke verzameling bedrijfsonderdelen die zich elk formeel autonoom hebben verklaard. Daartussen beweegt zich de centrale IT-afdeling, die in ieder geval vanuit het eigen perspectief het laatste bastion van synergie en integratie is (van buitenaf gezien liggen de meningen vaak wat anders). Er wordt geprobeerd een warme band te houden met de bedrijfsonderdelen, zelfs als die ook een eigen bloeiende IT-praktijk erop nahouden en met hun budgetten het centrale budget naar de kroon steken.

Het laatste jaar heb ik een aantal van zulke geplaagde centrale IT-afdelingen bezocht – zowel in de publieke als in de private sector –  en de vraag die heel regelmatig terugkwam had betrekking op hoe om te gaan met de golf van nieuwe, mobiele applicaties. Zoveel ideeën, zoveel mogelijkheden, zoveel aanvragen vanuit de bedrijfsonderdelen, zoveel prioriteiten: welke mobiele apps moeten we het eerst ontwikkelen?

Zullen we daar eens op een federatieve manier een antwoord op overwegen? Mobiele apps hebben een ander soort levenscyclus. Ze zouden doorgaans zo dicht mogelijk tegen de bedrijfsvoering aan moeten worden ontwikkeld, waar de behoefte het sterkst is en de inzichten het meest actueel. Het is niet de bedoeling, dat er eerst eens een jaar wordt nagedacht over de specificaties, om er daarna nog een jaar tegenaan te gooien voor het bouwen. Mobiele apps worden misschien wel meerdere malen per maand aangepast en uitgebreid (een update in de app store beschouwen we nog altijd als een positief teken) en de totale levensduur zou wel eens een stuk korter kunnen zijn dan we tot nu toe gewend zijn.

Allemaal indicaties, dat mobiele apps uit de aard der zaak niet altijd thuishoren op een centrale plek. Federatieve mobiele apps kunnen op allerlei plekken in de organisatie – of zelfs ver daarbuiten – worden ontwikkeld. De centrale IT-afdeling zou zich veel meer moeten richten op het aanbieden van een platform dat ervoor zorgt, dat die mobiele apps snel kunnen worden ontwikkeld, getest en beheerd, dat de juiste datasets en enterprise services worden gebruikt, dat identiteit en beveiliging van tevoren al zijn ingebouwd. Daarna is het vooral een kwestie van het stimuleren en begeleiden van de bouwactiviteiten, niet het allemaal zelf doen.

De mooiste mobiele app van de centrale IT-afdeling? Misschien wel geen.

(Gepubliceerd op BlogIT)

 

Posted in Dutch | 1 Comment

7 IT Trends voor 2013

Sinterklaas is verdwenen, kerstbomen worden opgetuigd en de eerste scholen sluiten hun deuren omdat er heel eventueel 5 centimeter sneeuw zou kunnen vallen. Geen mooier moment om eens introspectief achterover te leunen en de blik te werpen op het komende jaar. Er staat immers genoeg te gebeuren. Hoewel de economische vooruitzichten wazig zijn, borrelt er van alles op het gebied van IT.

Toen ik vorige week een rondritje maakte door Silicon Valley, waren de effecten van de mini boom onmiskenbaar: nieuwe bedrijven schieten als paddenstoelen uit de grond en overal wordt gebouwd. Mijn collega ter plekke vertelde dat dit veel te maken heeft met het Amerikaanse stimuleringsbeleid van de afgelopen jaren, waarin veel geld is gestoken in de vernieuwing van de auto-industrie, biotechnologie en duurzame energie. In het kielzog daarvan is er uiteraard ook hernieuwde belangstelling voor informatietechnologie, niet in het minst gedreven door het bekende rijtje van Cloud, Social, Mobile en Big Data.

Maar goed, die vier kennen we nu wel. Valt er wat meer specifieks te zeggen over waar het in 2013 allemaal gaat gebeuren? Ik houd het in ieder geval op het onderstaande lijstje van 7, waarbij ik me op voorhand excuseer voor het gebruik van Engelstalig jargon (het bekt nu eenmaal minder vlot in het Nederlands).

1. Design for Digital. Hoewel het woord wat anachronistisch klinkt, is ‘Digital’ razendsnel uitgegroeid tot een term die verwijst naar het gebruik van IT als een stimulans voor nieuwe manieren om met de klant in contact te komen en zelfs complete bedrijfsmodellen te herzien. Het perspectief wordt verlegd naar buiten (let vooral ook in 2013 op ‘Design Thinking’) en de eerste Chief Digital Officers worden al gesignaleerd, min of meer als de business-georiënteerde, innovatieve tegenhangers van CIO’s die zich liever verschuilen op hun IT-afdeling. Let eens op iemand als Mike Bracken bij de Britse overheid. Dat type gaan we veel meer zien.

2. What would Amazon do? Amazon Web Services is een synoniem aan het worden voor wat in de Cloud allemaal niet bereikt kan worden, zowel in termen van niet te kloppen kosten als de superieure self-service catalogus van diensten. Amazon is de Xerox van de Cloud geworden, de benchmark waar elke IT-afdeling straks tegen gemeten wordt.

3. Edge of Cloud. Recent onderzoek wijst uit dat de Business-kant steeds vaker het voortouw neemt als het gaat om Cloud-projecten, met de voordelen ondertussen scherp op ieders netvlies. Cloudevangelisatie lijkt dan ook verre van hot in 2013. En hoewel met de name de IT-afdeling vaak nog veel beren op de weg ziet (privacy, beveiliging, robuustheid integratie) zijn Cloud-oplossingen stilzwijgend eigenlijk al standaard geworden voor het ondersteunen van nieuwe activiteiten aan de rand van de  bedrijfsvoering. Kijk vooral naar gebieden als Social CRM, Human Capital Management, mobiel, analytics en collaborative procurement als het gaat om geschikte plekken om met Cloud aan de slag te gaan.

4. Inflection Point of Realtime. Intel’s Andy Grove beschreef eens het Inflection Point als het moment waarop een organisatie plotsklaps een drastische wending maakt, zowel in positieve als negatieve zin. De ontwikkelingen rond data – met name het vermogen om data niet alleen zonder vertraging te verwerken en op te slaan, maar ook real-time ter beschikking te hebben voor analyse – leiden steeds meer tot zo’n moment. Organisaties die begrijpen hoe platformen als SAP’s HANA en Oracle’s Exadata kunnen leiden tot het fundamenteel herzien van processen, in plaats van ze alleen maar te versnellen, kunnen in 2013 grote stappen voorwaarts maken. Het ‘einde van batch’ heeft interessante gevolgen, ver buiten de IT-afdeling.

5. No Process. Een nieuwe generatie Business Process Management en Business Rules oplossingen (kijk bijvoorbeeld eens naar onze nationale trots Be Informed, maar er zijn veel meer oplossingen) maakt het niet alleen mogelijk processen te stroomlijnen, te managen en te verbeteren, het maakt ze ook steeds vaker overbodig. In plaats daarvan wordt een ‘zaak’ afgehandeld door slim gebruik te maken van al beschikbare informatie en de toestand van het moment. De  benodigde menskracht wordt daaromheen gedrapeerd als een zwerm die zichzelf voortdurend aanpast om tot het beste, snelste resultaat te komen.

6. Bring Your Office Device. Dat werknemers steeds vaker hun eigen smartphone of tablet mee naar het werk nemen, dat weten we nu wel. Ook is het duidelijk dat de IT-afdeling vaak naar Mobile Device Management zal grijpen om dit feest van besturingssystemen en apparaten beheersbaar te houden. Toch kan het ook andersom. Met name Windows (Phone) 8 is een platform dat goed valt te managen vanuit de kant van de bedrijfsvoering, maar daarnaast al het potentieel heeft om vroeg of laat een publiekslieveling van consumenten te worden. Je zou dan als werknemer tot je milde verrassing kunnen merken dat die door het bedrijf verstrekte smartphone of tablet ook heel prettig te gebruiken is in de vrije tijd. En met het vermogen om snel te kunnen wisselen van perspectief (bijvoorbeeld ook in het nieuwe BlackBerry 10), hoeven zakelijk en privé elkaar helemaal niet te bijten. BYOD dus, maar dan anders.

7. Friend Your Vending Machine. U wilt nog een tikje wilder in 2013?  Voeg eens wat apparaten of zaken toe aan uw sociale netwerk. Bedrijven als salesforce.com maken het mogelijk om u te abonneren op de statusupdates van uw offertes en dossiers, maar ook op de tweets van uw auto, machinepark of vliegtuigmotor in ontwikkeling. Zo kunnen warme banden ontstaan, zeker als het social thing zich gaat aanpassen aan uw reacties, likes en dislikes. Mocht u als wereldvreemde IT-expert een saai, eenzaam leven leiden, dan zou 2013 u wel eens een hele reeks nieuwe, onverwachte vrienden kunnen opleveren.

     

    Posted in Dutch | Leave a comment

    Hè lekker: risico!

    Onlangs mocht ik weer eens op een IT security-congres spreken. Het bleek een mooi moment om mijn beeld van de beroepsgroep bij te stellen. Er zit namelijk beweging in dit deel van het vakgebied. En dat is geen vanzelfsprekende toestand, kan ik u mededelen. Laten we wel wezen: security-experts hebben van nature een iets bedrukter gemoed dan gemiddeld, anders hadden ze wel een alternatief beroep gekozen, bijvoorbeeld in de marketing of het uitgaansleven*.

    Het pad dat de traditionele security-expert volgt, is om onverklaarbare redenen altijd bezaaid met beren. Achter elke boom verbergt zich een potentieel gevaar. Het antwoord blijkt niet zelden te liggen in de comfort zone van het uitsluiten van IT-risico’s, bijvoorbeeld door het instellen van procedures, organisatiestructuren, regels en beperkingen. De security-expert – voortgedreven in diens queeste naar zekerheid en controle –  richt daarmee barrières op tegen ongewenste verstoringen.

    Helaas is dat niet het enige wat wordt tegengehouden. De bedrijfsvoering bijvoorbeeld, floreert er doorgaans ook niet goed bij. Waar ze aan die kant allang de waarde hebben ontdekt van de cloud, mobiele applicaties, open data, real-time intelligence en sociale platforms voor samenwerking, stuiten ze bij de IT-afdeling op het wantrouwige chagrijn van security-experts. Die trekken zich terug achter hun zelf gegraven tankgrachten als het gaat om nieuwe, onbekende en onbewezen technologieën en oplossingen.

    Kan niet, mag niet, kom over twee jaar terug: zonder het te weten of te willen bedreven security-experts de afgelopen jaren actief het nobele ambacht van business-preventie(overigens samen met andere ogenschijnlijk hierin gespecialiseerde beroepsgroepen zoals auditors, risk-managers, inkopers, patentjuristen, testers en enterprise-architecten). De IT-afdeling werd steeds meer de Nee-afdeling.

    En maar verbaasd zijn dat niemand naast ze wilde zitten in de bedrijfskantine.

    Gelukkig is tij aan het keren. Er is een groep van security-experts ontstaan die door het rouwproces heen is: schijnzekerheden en de illusie van maakbaarheid zijn opgegeven. Daarvoor is risk appetite in de plaats gekomen, een gezonde belangstelling voor het vinden van een optimale balans tussen de belangen en behoeften van de bedrijfsvoering en risico’s. Je kunt niet elke mogelijke verstoring van tevoren bedenken, maar je kunt wel veel beter worden in het tijdig detecteren ervan. Koppel dat met razendsnel kunnen reageren (bijvoorbeeld via een Computer Emergency Readiness / Response Team) en je bent beter dan ooit voorbereid, zonder de vertragende ballast. Situationeel denken en handelen is geboden, niet alle informatie vereist dezelfde bescherming en hoe dichter de beveiliging bij het object zelf wordt opgericht, hoe flexibeler èn effectiever het werkt.

    Flauw maar waar, het is allemaal een kwestie van houding. Toen het standaardisatieconsortium The Open Group een referentiearchitectuur voor security in een open, interoperabel netwerk opstelde, werd gesproken van Collaboration Oriented Architecture. En dat was meer dan holle symboliek.

    Security-experts hebben de uitdaging om hun expertisegebied los te laten en – al is het maar voor heel even – te verloochenen. Doe eens gek, je zit niet in businesspreventiemaar in businessmogelijkheden. Je kijkt naar de technologische innovaties die enthousiasme bij de bedrijfsvoering opwekken (dus nog maar eens: cloud, mobiel, social media, analytics) en gaat na wat er nodig is om een platform te bouwen dat in staat stelt om optimaal, ongehinderd en – uiteraard – veilig de vruchten ervan te plukken.

    Vanuit die hoek bekeken wordt risico bijna iets leuks. Of maken we dan weer net te grote stappen voor de security-gemeenschap?

    *  Onder de doelgroep verstaan we uiteraard niet de zogenaamde ‘ethical hackers’, die nu juist niets leuker vinden dan zorgvuldig opgebouwde zekerheden lek te prikken. Sociaal/antropologisch gezien komen deze van een andere planeet.

     

    Posted in Dutch | Leave a comment

    Start Button Syndrome

    Don’t worry. It’s just the generation gap. With the release of Windows 8 now imminent and the preview edition being widely installed and tested, the same, tough criticism is heard over and over again: Why is that user interface so completely different from what it used to be? And more importantly: Where is my Start button?

    It’s only natural really, the craving for mechanisms and habits that we have gotten used to over the course of potentially decades. And it’s that same, familiar comfort zone that keeps us from exploring new areas and opportunities.

    Let’s use the occasion to coin a new concept: The Start Button Syndrome occurs when we fail to apply the transformative potential of a new technology because we map it only to what we already do and know.

    The Windows 8 user interface is redesigned from the ground up to facilitate a new era of working and being entertained through multiple (mobile) devices with data stored in the Cloud and crucial information and actions available at first sight. It’s actually the best denial of an operating system that I have seen so far. Ceci n’est pas un operating system: Windows 8 brings you as quickly as possible to what you need, without bothering much about the underlying mechanics. It can drastically improve the way we interact with the network and each other, not only through the old and new devices that we know – PCs, laptops, smartphones, tablets, TVs – but also through yet unexplored channels (just watch your table, office walls, wearables and store windows in the forthcoming years).

    It takes a fresh, unbiased look at the business challenges of today and tomorrow to fully appreciate – and then leverage – the potential of breakthrough technologies.

    There are many more examples of the Start Button Syndrome in the current business technology market. Take SAP’s HANA: It’s tempting to consider the advanced in-memory database and transaction technology as just another – albeit much faster – engine underneath your data warehouse. It won’t change processes; it will just speed them up.

    The real magic occurs when you truly reimagine parts of the business, based on the ability to make complex analyses and decisions in seconds, rather than in hours or days. This is where “extreme applications” come in – literally starting from scratch on selected business challenges – and early successes already convincingly show the power of it.

    The Cloud is clearly an area where the syndrome regularly pops up as well. Firms are pondering what parts of their existing IT landscape should be picked up first to migrate to the Cloud. Often, they end up stymied by the limitations and obstacles of their current business. Our own, very recent research (more about it in a few weeks) shows that the real breakthroughs towards the Cloud are more likely to occur around entirely new business processes and activities: Think social customer experience, human capital management or collaborative procurement, and the Cloud is already the default for solutions.

    So whenever we assess new technologies for business value, from now on we should self-check regularly. Lead a healthy, open-minded life: Watch out for the Start Button Syndrome.

     

    Posted in English | Tagged , | Leave a comment

    Not your average Agile post

    It’s interesting to see how Agile principles currently enjoy a state of obvious Renaissance. Or should we say Epiphany? To our mild surprise, there is a whole new generation of both clients and IT professionals that seemingly just today discovered the virtues of Agile. This despite all the heroic efforts of 80′s and 90′s pioneers such as James Martin and Tom Gilb and an Agile Manifesto that still resides on a by now slightly anachronistic web site.

    Agile is back in the spotlights. Don’t worry though, we won’t bore you all over again with the basics of frequent iteration, time-boxing, intense collaboration and self-steering, scrumming teams. Instead – in true Agile style – let’s focus on the deltas: what is different nowadays?

    First of all, despite the newcomers, Agile by now is a completely established, mature practice with many organizations embracing it as their default approach to creating and implementing solutions. There is also a wealth of practical experience, even on how to apply Agile in complex, multi-shored situations. About time to stop the evangelizing, although there is an almost completely autonomous micro-economy of Agile Gurus, producing vast amounts of books (no topic that is more inviting to the aspiring IT writer) and speaking on series of conferences across the world in which Agile Gurus convert the already converted.

    Guys (and girl): here’s your wakeup call: you’ve done it. Your mission is completed. Victory is yours, Agile is the new normal. So let’s focus just a bit more on actually delivering agile projects, rather than writing about how to do them, shall we?

    Also, let’s realize there are certain project areas that won’t necessarily benefit from an Agile approach right from the start. Although we might all be shallows by now, we’d better realize there is a category of systems that are robust, predictable and have extremely stable requirements. TRAIN applications (rather than CAR or SCOOTER applications) are better supported by well-chosen, slow moments of introspection and upfront thinking and specification: doing things right the first time – when it’s feasible – may save a lot of time and effort every now and then. Having said that, there are very few development efforts that won’t benefit from step-wise, risk-driven delivery in the next phases.

    Furthermore, looking at Agile practices themselves, there are some clear changes on their way, most notably the move away from its comfort zone of plain, custom software engineering. New tools are being applied to create agility layers on top of the established, not so flexible core applications landscape. Think business model-driven automation, lightweight ERP interfaces such as DUET Enterprise, mobile platforms, business process management suites and next-gen visual BI tools.

    The quick growth of SaaS marketplaces also brings profound changes, as catalogue-based delivery of standard, multi-tenant solutions puts requirements management in a very different light, if any (much more about this next week). Instead of gathering requirements, prioritizing them and implementing them in subsequent sprints of software development, we start from the vanilla solution. Then we enhance it through agility layers – where necessary and possible – to fit the desired value scenarios. This seems like a far cry from the original ideas of software engineering, but actually the roots of Agile methodologies such as Scrum very much focus on what needs to change, rather than what needs to be build. It just takes a slightly different mind-set.

    Finally, the on-going consumerization of IT has equipped many business users with their own tools. And they know how to use them too. Self-service BI, visual mashup builders, configurable portals and business rules systems enables them to reshape their own information reality on the fly, over and over again. Über-agility, if you like, with every individual running their own little scrums and sprints at will.

    So yes: Agile is more alive than ever. But its world sure looked different yesterday and further changes are destined to occur. All very appropriate indeed.

     

    Posted in English | Leave a comment